Reisverslag Hans Schulz

Zaterdag 7 januari 2012

Vandaag vertrek ik naar Gambia. Om halfzes in de ochtend staat kater Space al aan mijn bed te miauwen. Een eerste klas wekker, die alvast afscheid van me wil nemen. Al kopjes gevend werkt hij zich op mijn bed. Hij zal het de hele week met mijn vrouw Irma moeten stellen.

Na een douche en een ontbijtje brengt Irma mij naar Schiphol. Het is zaterdagochtend dus er zijn geen files. Vlot zijn we op Schiphol.

Bij aanvang van deze week raasde een stevige storm over Nederland. Dit zorgde voor veel vertragingen op Schiphol. Het weer is inmiddels wat rustiger geworden en ik reken niet op verdere vertragingen.

Thuis had ik  mijn instapkaart al afgedrukt. Het afleveren van mijn bagage gaat vlot. Op de weegschaal zie ik dat in 23,5 kilo heb ingepakt, waaronder vier pakken stroopwafels en nog een kleine tien kilo aan kinderkleertjes, schriftjes en pennen.  De rest van het gewicht gaat op aan mijn zomerkleding. Natuurlijk is mijn rugzak met fotocamera’s en laptop bijna ontilbaar, maar ach…. geen haan zal er naar kraaien.

Voor de marechaussee staat een lange wachtrij. Maar omdat ik niets op mijn kerfstok heb en al mijn bekeuringen betaald zijn weet ik ze snel te passeren. Tijd voor het doen van inkoopjes en een bakje koffie.  Ik schrijf in mijn dagboekje de laatste gegevens.
Vlucht OR449 arkefly, om half tien melden bij Gate D16. Ik heb nog ruim de tijd. Als ik bij de gate kom is het nog stil. Er staan slechts een paar mensen voor de security te wachten. We komen met elkaar in gesprek. Charitatieve hulpverleners, misschien zelfs wel weldoeners. De meest fantastische projecten worden me door een mevrouw voorgeschoteld. Haar echtgenoot heeft zelfs een ambulance van Nederland naar Gambia gereden. Mijn blik zet ik op het standje “respect”. Zodra alle bagage door de X-ray apparatuur is gecheckt, gaan we zitten in de wachtruimte. Ik hoor steeds meer verhalen. Nu van een dame volgehangen met sieraden.  Ik ben een beetje bang dat haar lippenstift in Gambia zal smelten. Het leven in Afrika is namelijk hard. De ambulanceman komt nog meer verhalen vertellen. Ik ga twijfelen of ik nu wel de goede vlucht heb? Gaat deze vlucht wel naar Banjul of gaat deze regelrecht naar de hemel ?

Exact op tijd vertrekt Arkefly richting Gambia. “het exact op tijd” zal ik in Gambia snel laten varen. Daar is de “Gambia  May be  time” van toepassing, en dat went snel.
Via de Kaagbaan verlaten we Nederland en vliegen richting Spanje.  Bij de opstijging hebben we nog wel wat last van turbulentie, maar op tien kilometer hoogte is dit snel verdwenen. Boven Gibraltar hebben we een pracht zicht op de relatief smalle zeestraat. De steward komt me de reeds via internet bestelde maaltijd afleveren. Rijst met kip.  Een gerecht wat ik in de rest van de week nog vaker zal eten.

Als bezigheidstherapie worden de douaneformulieren voor Gambia uitgedeeld. Zo hebben alle passagiers weer wat te doen. Pennen worden gezocht en bovenkastjes moeten worden geopend.   Een echtpaar krijgt zelfs ruzie over het invullen van de formulieren. De echtgenoot gaat er vanuit dat zijn vrouw het formulier zal invullen. Tja en als je dan als vrouw maar één formulier gevraagd hebt, dan heb je een probleem. Op het formulier staan overigens  geen interessante vragen. Wel vraagt men de leeftijd in jaren en tevens de geboortedatum. Dat scheelt weer rekenwerk ;-)

Ik vlieg over Parijs, Bordeaux, Madrid, Malaga naar Marokko. Bij Dakar wordt de landing ingezet. Ik heb dan een vliegreis van zes uur erop zitten. Om vier uur landen we op de luchthaven Yandum Internationaal. Als de vliegtuigdeur open gaat komt de heerlijke warmte me tegemoet. Met de bus worden we naar de aankomsthal gereden. Na een stempel in mijn paspoort kan ik wachten op de bagage. Al vlot verschijnen de eerste koffers op de band. Mensen sjorren zenuwachtig aan hun bagage. Bij de douane doet slechts één x-ray scanner het. De reizigers duwen om zo snel mogelijk de bagage door de scanner te krijgen. Een bezwete Nederlander begin zelfs te schelden.

Na de douane staan Barbara en Kawsu me al op te wachten. Na een halfuurtje komen in Tanji aan. Bij een heerlijke temperatuur van 34 C rijden we het Kairohgarden paradijsje in Tanji binnen. Ik stap uit de landrover en  wordt gedompeld in de rust van de prachtige één  hectare grote tuin. Vogels fluiten en de vleermuizen piepen. In de tuin staan prachtige mangobomen.

We gaan eerste koffiedrinken op de veranda. De staf van Kairohgarden komt zich voorstellen. Je  voelt meteen de gastvrijheid.

Ik pak  de stroopwafels uit. Ze vinden gretig aftrek. Vol tevredenheid zie ik iedereen aan de wafels knabbelen. Na ook de kleertjes te hebben uitgepakt blijft niet veel bagage meer over in mijn koffer. Dat scheelt weer sjouwen.

Balla brengt me naar mijn kamer. Mijn  kamer is eenvoudig maar heeft een heerlijk bed met klamboe en zelfs een eenvoudige badkamer ontbreekt niet. Na een verkwikkende douche gaan we om acht uur eten. Rijst met kip, peen en uien. Het Afrikaanse eten bevalt me prima. Ik moet misschien zelfs nog uitkijken dat ik deze week niet in gewicht ga aankomen.
Na het avondeten zitten nog lang na te praten. Over de rol van een Marabout (een soort raadsheer, sjamaan, dokter) , over begrafenissen etc.
In het binnenland blijken overledenen reeds binnen een aantal uren te worden begraven. Tja dan is een foutje snel gemaakt.  Amadou vertelt over een oude vrouw die begraven zou worden en nu nog springlevend rond sjouwt.

Er is ook veel bijgeloof. Op de vierde dag na de begrafenis zet men een schaal met water buiten. Als de dode je dan roept om te drinken en je antwoord ga je zelf ook naar het rijk der doden. Men is dus  gewaarschuwd.

Na de reis , de vele verhalen en alle indrukken loop ik door de gitzwarte nacht richting mijn kamer. Ik mijn bed luister ik naar de geluiden van de tropennacht. Je kunt niet beter in slaap vallen.

Zondag 8  januari 2012 Tanji

De eerste nacht heerlijk geslapen. De temperatuur is ‘s nachts zo’n 25 graden. In de ochtend lijkt het wat frisser te worden. Van Barbara heb ik een deken gekregen om in de vroege ochtenduurtjes onder te kruipen. Voor Gambiaanse begrippen is het koud. Men gaat zelfs met een muts op en extra kleren in bed liggen. In Kuntaur zag ik Fanta zelfs warme kooltjes uit het vuur halen om die op een schaal in haar kamer te plaatsen. Die behoefte heb ik bij 25 graden niet echt.

Ik begin de ochtend om half zeven. Ik ben in de hangmat buiten gaan liggen.  Het is nog donker. De vogels kwetteren in de bomen. Bijgelicht door mijn leeslampje schrijf ik in mijn logboek. Binnen een half uur is het licht.

Het ontbijt bestaat uit stokbrood met allerlei jammetjes en natuurlijk ook de heerlijke honing van het land. Naar keuze is er koffie of thee. Ik geniet mijn ontbijt op de veranda. In de tuin is de  tuinman bezig de bladeren van de mangobomen bijeen te harken. Vogels drinken water uit de watersilo. Heel voorzichtig klimt de zon uit haar rustplaats en het begint langzaam het land te verwarmen.

Vanochtend ga ik met Amadou naar de garage. Door de slechte omstandigheden van de wegen zijn de schokbrekers versleten. Amadou heeft vervangende schokbrekers op de kop kunnen tikken. We rijden naar de garage. Het personeel hangt rond een mangoboom. Op de grond is een oude versleten autostoel geplaatst waarin zo nu en dan wordt plaatsgenomen.  Zo af en toe wordt aan een landrover geknutseld. We beginnen natuurlijk met handen schudden. Het handen schudden is een gewoonte in Gambia. Zowel bij aankomst als vertrek wordt dit ritueel uitgevoerd.
Al snel kruipt een jonge monteur met een plastic zeiltje onder de auto. Op handige en vaardige wijze weet hij de eerste schokbreker te verwijderen. De tweede volgt snel. Zonder elektrisch gereedschap of pneumatische hulpmiddelen worden alle onderdelen gemonteerd. Alles komt hier aan op menskracht.

Een monteur in een garage-overall met Volvo emblemen gaat de lichtschakelaar repareren. Deze blijkt niet voorradig. Kundig wordt de schakelaar uit elkaar gehaald, gelijmd en weer in elkaar gezet. Vervangende onderdelen zijn lastig te verkrijgen. Een garage heeft hier geen uitgebreid magazijn met onderdelen. Meestal zorgt de klant zelf voor de vervangende onderdelen. Een relais blijkt kapot te zijn. Ik bekijk het relais. Het is het meest eenvoudige schakelende relais wat ik me kan voorstellen. Ook hiervoor is geen vervangend relais beschikbaar. Dit is Afrika.

Inmiddels is Kawsu met zijn auto ook in de garage aangekomen. Zijn vooras heeft bij het remmen wat speling. Een monteur haalt de banden van de auto en demonteert de schijven van de remmen. Alles wordt keurig op volgorde op een zeiltje gelegd. Binnen een halfuur heeft hij de oorzaak gevonden. De monteurs hebben natuurlijk nooit een opleiding voor monteur gehad. Men heeft het vak geleerd van afkijken, proberen en nadoen. Een hele prestatie. Heeft men de onderdelen niet, dan kiest men wel voor een workaround om de auto toch te laten rijden.

Ik werp een blik in een motorruimte van een landrover. Men weet me duidelijk te maken dat je alleen het type Landrover Defender moet aanschaffen. Het aanschaffen van latere modellen is niet verstandig. Daarin zitten allerlei computersystemen die in Afrika niet zijn te onderhouden.

De auto is weer klaar voor de rit naar Kuntaur. Na het  handen schudden gaan we  terug naar Kairohgarden.

Er is een heerlijke lunch klaar gemaakt. Kip met patat. De patat is van een zoete aardappel gemaakt en smaakt overheerlijk. Bij de lunch en avondeten is er altijd kip of vis. Een Gambiaan kan zich een vegetarische maaltijd namelijk niet goed voorstellen.

In de middag ga ik met Amadou naar het strand. Lokale verkopers wachten op de binnenvarende vissers. Het is een kleurrijk gezicht. Als fotograaf draai je overuren. Dit is echt een schouwspel wat je niet mag missen. We lopen langs de vis- rokerijen. Hier is niet veel activiteit. Op het strand kijk je je ogen uit. De Gambiaanse vrouwen gaan gekleed alsof ze naar een groot feest gaan. Ze zijn ijdel en dragen de mooiste bling-bling gewaden.

Na de siteseeing op het strand hebben we nog even nagepraat bij een aantal bekenden van Amadou. Geïnteresseerd luisterde men naar de verhalen over hoe een en ander in Holland gaat. Vooral de temperatuur en het weer deed hen huiveren. Ook de uitleg van dijken en polders stemde hen met groot wantrouwen. Voor hen stond een held, hoe durfde hij daar te wonen……

Na terugkeer in Kairohgarden heb ik een douche genomen. Voor de avond luid het devies: lekker eten maar eerst Deeten. Overigens ben ik tijdens mijn verblijf in Gambia niet veel gestoken. Ik heb  keurig onder klamboes geslapen en op tijd de malariatabletten genomen. Het gebruik van Deet  als afweermiddel tegen muggen is zeker aan te raden.

Morgenochtend vertrekken we vroeg (om vijf uur in de ochtend)  naar Kuntaur. Een reis van 6 uur.
Ik maak het vanavond dus niet laat want ik wil morgen wel genieten van de mooie reis.

Maandag 9 januari 2012 Tanji-Kuntaur

Mijn wekker gaat vanochtend heel vroeg. Om half vijf word ik met een modern westers piepje wakker gemaakt. Het is nog stik donker. Gisteravond had ik al mijn spullen al in de koffer gestopt. Dus na de ochtendceremonie van scheren en opfrissen, sjouw ik bijgelicht door mijn led hoofdlampje door de tuin naar de veranda. Mijn koffer en nog steeds behoorlijke zware rugzak laat ik rusten bij de landrover. In de verte zie ik al het licht van een zaklantaarn in de tuin. Barbara komt stipt vijf uur aangelopen.  Achter haar volgt Amadou. Nog even wordt een blik geworpen naar de motor van de landrover. Tevreden wordt de motorkap weer gesloten. Inmiddels zijn de 25 stoeltje voor de in aanbouw zijnde conferentieruimte op de auto geladen.

Gisteravond hebben we de routeplanning nog door gelopen. De noordelijke route valt af, omdat er naar Senegal bedevaarten plaatsvinden. Hierdoor zal de wachttijd bij het veer Banjul-Barra tot lange, mogelijk zeer lange wachttijden leiden. Voor de zekerheid heeft Amadou nog wat heen en weer gebeld om de situatie in te schatten. Dit is schetsend voor hoe men in Gambia aan informatie komt. In Nederland raadplegen we op onze telefoon, Ipad of PC het internet, in Gambia is dat niet mogelijk. Men maakt gebruik van een hecht sociaal netwerk. De telefoon wordt gepakt en allerlei mensen worden gebeld, voor het verkrijgen van de informatie. Zo ook de keer dat de koers van de Euro en Dalasi moest worden vastgesteld. Ook dan brengt een hecht sociaal netwerk uitkomst. We besluiten de zuidelijke route naar kuntaur te nemen. We nemen de pont bij Janjang Bureh. Een reis van 6 uur.

We vertrekken in de nacht. Als snel buiten Tanji is de eerste politiecontrole. Men kijkt naar de stoeltjes voor de conferentieruimte. Waarom liggen er 25 stoeltjes op uw dak.?  Er volgen nog veel meer controles van zowel politie als militairen. De controles zijn opgevoerd, mede omdat Gambia als drugsroute vanuit Colombia wordt gebruikt. Een militair staat in vol gevechtstenue in de zon. Op mijn vraag of hij het heet heeft met zijn stalen helm en dikke kleren, antwoordt hij lachend dat hij het gewent is. Tja wat wil je als ze ‘s nachts voor de kou een muts op zetten.

Als het licht wordt stoppen we even langs de kant van de weg. Amadou controleert nog eens of de stoeltjes op het dak van de landrover goed vast zitten. Voor mij een mooie gelegenheid de opkomende zon over het Afrikaanse land te fotograferen.

Tegen halfacht stoppen we bij een “wegrestaurant” met één tafeltje een paar houten bakjes. Ik moet even goed kijken wat we gaan eten. De uitbater kan kip met spaghetti opdienen. Ik besluit mijn zwakke Europese buikje niet bloot te stellen aan experimenten en ga voor een stokbrood met boter.
Barbara en Amadou zitten de kip en de spaghetti te kluiven. Het zonnetje komt op en binnen een uurtje is een extra vest niet meer nodig.

Het landschap wordt steeds Afrikaanser. Soms voel ik me in de film Daktari. Een film uit mijn jeugd met een dierenarts en een schele leeuw in Oostafrika. Onderweg zie ik voor het eerst grote termietenheuvels. Amadou stop bij een heuvel en klimt op de forse uit de kluiten gewassen berg.
Ook de Baobab bomen ontkomen niet aan mijn fotografeerlust.

Uiteindelijk komen we bij het veer van Janjang Bureh. We sluiten in de rij aan. Er gaan maar vier auto’s op de pont. We rekenen uit dat we nog vier beurten moeten wachten. Ik ga uit de auto om wat te fotograferen. Ik hoor achter mij een telefoon een fotografeer geluid maken. Een tweetal jongens hebben die gekke blanke toerist op de foto vastgelegd. Ja dan ontkomen ze ook niet aan mijn fotogeweld. Ze vinden het leuk, maar zitten als twee kwajongens ook wat ongemakkelijk op het stoeprandje.

Bij de pont is het een drukte van jewelste. Vrouwen hebben hun kraampjes bij het veer geplaatst, in de hoop nog wat bananen of pinda’s te verkopen. Jongentjes zeuren met zielige verhalen om geld.
Kinderen vragen om “minties” Op een bestelauto zijn geiten op de imperiaal vastgebonden.
Op de hoek van de straat staat een man op trommels te roffelen. Er is een hoop te zien.

We kopen een zakje pinda’s en peuzelen die op in de auto. Bij het overvaren met het veer blijven we niet in de auto zitten. De boot is overvol. De voetgangers staan tegen elkaar aangedrukt om zoveel mogelijk mensen de river Gambia over te zetten. Als we aan de overkant zijn, zie ik een boer zijn kudde koeien de rivier in sturen. Volgens Barbara zwemt een kudde ook wel eens de rivier over. Een mooi gezicht.

We besluiten om na de diverse fotostops te gaan eten op de weekmarkt van Wassu. Ik neem een stokbrood met mayonaise en ei . Ik wil op een bankje gaan zitten maar beland met bankje en al tussen de wasteiltjes. Het moet een dom gezicht zijn, maar niemand reageert. De stokbroodjes hier in Gambia zijn echt lekker. Ze worden natuurlijk op houtvuurtjes gebakken. Opvallend is ook dat ze mayonaise gebruiken. Het stokbroodje met het ei worden in een stuk duitse krant gewikkeld en we eten hem op het stoeprandje op.

De weekmarkt van Wassu op maandag is een bezienswaardigheid. Hier kun je als fotograaf ook weer je hart ophalen. De beestenmarkt is  leuk om te bezoeken. Er staan paarden,geiten, schapen etc. De handelaren komen uit diverse streken. Ze zijn vaak erg fotogeniek.

Na de markt rijden we naar Kairohgarden Kuntaur. Het dorpje Kuntaur raakt door het sluiten van de rijstfabriek langzaam in verval. Veel mensen zijn weg getrokken. Toch is de ligging van Kuntaur aan de rivier strategisch. We komen aan de oever van de Gambia rivier.  Het is een plaatje: de bomen aan de oever, de vele kleurrijke bootjes van de vissers, de spelende kinderen en zo hier en daar een kraampje met vis en bananen.

Kairohgarden Kuntaur heeft een familiaire sfeer. Ik beland in een warm afrikaans nestje. Iedereen wil het naar je zin maken. Na het kennismaken brengt Batou me naar mijn kamer. Er zijn drie bedden met klamboes in de kamer. Ik besluit de bedden te testen. Ik neem het hardste bed en leg nog wat extra plankjes van een ander bed onder mijn matras. De was- en toiletruimten liggen iets verder op het terrein. Het is simpel maar je kunt je er zeker mee redden. Het is wel een beetje kamperen. De douche geeft wat bruin water. Niet kwalijks hier in Afrika. In het water zitten veel mineralen waaronder ijzer waardoor de kleur niet hetzelfde is als het Nederlandse kraanwater.

Tijdens mijn verblijf drink ik per dag zeker drie liters fleswater. Ik merk mijn flessen om ze niet met flessen van lokalen te verwisselen. Zelf vullen ze hun flessen namelijk met bronwater.

Na de douche ga ik op het terras aan de Gambia river zitten. Hawa brengt me een kopje koffie. De zon gaat als een rode koperen bal onder. Het uitzicht op de rivier is uniek. Boomstammen drijven voorbij, het oerwoud zoemt, een visser is met zijn bootje aan het vissen, de moskee roept op tot gebed.  De rust dringt binnen in je drukke Europese hersentjes.  Je vergeet je hele bestaan. Europa ligt ver achter me.

Barbara vraagt of ik op het terras  of met elkaar op Afrikaanse wijze uit een schaal willen eten. De keuze is snel gemaakt. Gezellig zitten we om een schaal. Rijst, groenten en kip. Ik stuntel wat met mijn lepel om een stuk kip uit het karkas los te peuteren. Fanta gaat de kip uit elkaar sleutelen en legt de stukjes op het deel van de schaal waar ik zit. Ze doet dit overigens ook voor de anderen. Dit is een heel gastvrij en zorgzaam gebaar. Overigens kwam ik dit ook tegen bij mijn studentjes. Ook zij zorgden voor het verdelen van de vis of kip aan de schaalgenoten.

Na het eten praten we nog lang na. We luisteren naar de verhalen Abdul. We zitten nu met elkaar rond het kampvuur. Ze merken dat ik de gunpowder thee lekker vind. Meerdere kleine kopjes worden me aangereikt. Om elf uur ga ik naar mijn kamer, om onder mijn klamboe snel in slaap te vallen.

Dinsdag 10 januari 2012 , Kuntaur.

Het is vroeg in de ochtend en ik zit ik het restaurant in mijn dagboek te schrijven. Twee kleine meisjes zitten over mijn schouder mee te kijken … wat ik zoal aan het doen ben. Giechelend rennen ze na een tijdje weg, maar niet eerst voordat ze met elkaar op de foto zijn geweest.

Na het ontbijt ga ik met Wuyeh naar zijn geboortedorp. We gaan zijn kinderen halen. De kinderen hebben tijdens de kerstvakantie bij de familie gelogeerd. Maar nu moeten ze weer naar school. Voordat we uit Kuntaur vertrekken, laden we nog een schaap in. Het beest blaat maar blijft rustig in de laadruimte liggen. Net als we het guesthouse uitrijden wordt gestopt bij een stalletje om vis te kopen. De vis wordt ook in de laadbak gehangen.  Dit doet me denken aan het puzzeltje van het overzetten met een pont van een kool, de geit en een wolf. Het scheelt weer dat schapen geen vis eten.

We maken nog een korte stop bij een winkel. Altijd leuk om zoiets op de gevoelige plaat vast te leggen. De handelaar neemt zelfs een pose aan.
We stoppen bij medische post in Njoben. De medische post is tot stand gekomen met hulp van de Rotary. Ik spreek met een verpleegkundige. Eigenlijk wil ik weten, wat het hoofdproblemen van deze medische post zijn. De jonge verpleegkundige kijkt moeilijk “Grote zorg is de kindersterfte in de leeftijd van 1 tot 5 jaar. Kinderen hebben last van diarree en malaria. Veelal worden de kinderen te laat naar een medische post gebracht. Men probeert wat met een paracetamolletje”. Transport vanuit het binnenland naar de medische post is ook vaak lastig. Je moet dan wel het geld voor de bush taxi kunnen opbrengen.

Kenmerkend in dit verband zijn de kindersterftecijfers die de CIA in haar Fact-book afgeeft. “Infant mortality rate”  geeft het aantal sterfgevallen van kinderen jonger dan een jaar in een bepaald jaar per 1000 levendgeborenen in hetzelfde jaar, inbegrepen is de totale sterfte en het aantal sterfgevallen naar geslacht, mannelijk en vrouwelijk. Dit getal wordt vaak gebruikt als een indicator van het niveau van de gezondheidszorg in een land. In Gambia zijn dit 71 sterfgevallen. Ter vergelijking in West Europa ligt dit cijfer rond de 3 sterfgevallen. De algehele levens verwachting ligt rond de 63 jaar. Voor West Europa ligt deze leeftijd op ruim 80 jaar.

Op 13 februari krijg ik in Nederland van Barbara het navolgende bericht:

Ha Hans,
Weer zo’n mooi beeldend verhaal over jouw verblijf hier in Gambia! Mijn reactie bevat echter slecht nieuws: de medische post in Njoben die je in je blog beschrijft, is vorige week afgebrand. Echt heel erg tragisch. Zowel Kawsu, Wuyeh als Amadou werden ‘s ochtends vroeg uit hun bed gebeld of ze als de wiedeweerga ambulances uit Kuntaur konden laten komen. De dienstdoende verpleegkundige in Njoben was in alle consternatie de telefoonnummers kwijt. Omdat er familie van Wuyeh in de kliniek aanwezig was zijn wij ingeschakeld. Tenslotte wonen we in Kuntaur naast het ziekenhuis. Eergisteren ben ik er langs geweest: geen dak meer, lege en verbrande zielloze ruimtes, een geblakerde watertank. Ik kan me nog herinneren dat je zei dat het zo was gebouwd dat het wel een eeuwigheid zou kunnen blijven staan…….

Zie ook Njoben medische post

Na het bezoek gaan we van de hoofdweg af en rijden via een zandweg naar het dorpje van Wuyeh. Het schaap wordt uitgeladen en iedereen komt ons tegemoet. Ik loop met Wuyeh mee. We gaan zijn huis binnen. Het hele dorp probeert in de kamer aanwezig te zijn. Het is een drukte van je welste. Na een tijdje ga ik naar buiten. We bezoeken nu het huis van zijn broer. Het is één ruimte van ier bij vijf meter. Op de betonvloer liggen kleden en enkele boeken. Uit de verhalen begrijp ik dat zijn broer Arabische les aan kinderen geeft. Hierdoor zijn de kinderen in staat de Koran te lezen. In een hoekje staan houten leitjes waarop de kinderen teksten oefenen.

We lopen verder het dorp in en gaan richting moskee. Buiten de moskee is een omheinde tuin. Hierin liggen twee grote graven. Het is eigenlijk niet meer als een fors graf van zand met een stenen rand erom heen. Geen enkel grafteken is aanwezig. Je ziet dus niet wie er begraven ligt. Wuyeh verteld me dat zijn opa hier een graf heeft. Hij was voor het dorp een prominent, hij heeft immers de moskee gesticht.  We doen de schoenen uit en lopen langs de graven.

We worden gade geslagen door  een aantal dorpelingen die onder een mangoboom wat met elkaar zitten te praten. Een van de mannen komt uit Kongo. Hij lijkt op de man van het boek Kongo van  David van Reybrouck. Ik loop verder het dorp in. Ik schiet aandoenlijke plaatjes van kinderen bij een pomp en een jongetje dat water haalt.

Na veel foto’s te hebben gemaakt en  handjes te hebben geschut  vertrekken we weer naar Kuntaur. De kinderen van Wuyeh zitten braaf achter in de auto. We stoppen onderweg nog bij een schooltje.
In krijg nog niet echt een helder beeld van het onderwijs in Gambia. Ik zal hierop in de loop van de week zeker nog verder willen verdiepen.

Onderweg gaan we door een verlaten natuurgebied. Er zijn wat heuvels die door een bosbrand zwart geblakerd zijn. Op korte afstand zie je inderdaad de natuur nog roken. Onderweg komen we nomaden tegen die door West Afrika trekken. Ik vraag aan Wuyeh of ik ze kan fotograferen. Ze stellen dit niet op prijs en wij gaan ieder ons weegs. Na enige tijd zie ik in het landschap een kleine steencirkel. We stoppen en in het totaal verlaten landschap leg ik dit duizenden jaren oude wonder vast. Een gangbare theorie is dat de stenen rond de graven van chefs of koningen werden geplaatst, zoals ook de koninklijke figuren werden begraven in het oude Ghanese rijk. Daardoor werden sommige van deze steencirkels heilige plaatsen.

Als we in Kuntaur aankomen zijn de kinderen heel blij. Ze gaan meteen met de andere kinderen spelen. Na de lunch ga ik met een lokale visser foto’s maken vanaf de Gambia river. Met zijn boot brengen we een moeder met kind naar de overkant. Een mooie gelegenheid om daar de rijstvelden
te bezoeken. We lopen in de ziedende heten door de rijstvelden.  Op de weg zit een man die vertelt dat er in het bos nu veel apen te zien zijn. Ik kijk in de verte en zie op grote afstand het bos. Ik besluit bij deze hitte dit avontuur even niet aan te gaan. In de rijstvelden zit een mooi blauwvogeltje. Het blijkt een grijskopijsvogeltje. In ieder geval is het vogeltje ook te zien op het lokale bierflesje Jewbrew. Alle moeite wordt gedaan om de vogel in mijn richting te jagen. Uiteindelijk weet ik een foto van het beestje te maken.

Als we weer in de boot zitten varen we langs Kairohgarden. Op de oever zitten verschillende watervogels. Een klein type krokodil schiet weg in de bosjes.
Bij start van de boottocht werd even gevraagd of ik niet bang was op het water. Hij weet natuurlijk niet dat ik meer onderwater, dan bovenwater ben als duiker en dat zwemmen me ook wel goed afgaat. Maar bij nader inzien vraagt hij niet naar mijn zwem- of duikkunsten. Ik moet meer denken aan de watervriendjes die me tijdens een duik of zwemtocht zullen vergezellen.
Als ik weer aan de kant kom bedank ik hem voor het leuke tochtje.

Fanta is al het eten aan het koken. Visjes worden geroosterd. Ik ga bij hun zitten en kan vast voor proeven van de zoete patatjes. De kinderen willen op schoot zitten. We spelen en kletsen wat.
Na het avond eten is er weer een kampvuur. Ik ga niet te laat door de tropennacht naar mijn kamer.

Woensdag 11 januari 2012 Kuntaur

Vanochtend rond acht uur liepen Batou en Wuyee met een schaapje richting Rivier.
Van Barbara had ik reeds begrepen dat er een offer gebracht zou gaan worden. Vanuit mijn ooghoek zie ik dat Batou zijn mes op een steen in de rivier aan het slijpen is. Het gaat nu allemaal erg snel. Barbara is nog net op tijd voor het offer. Ik kijk naar  het slachten van het schaapje. Op een heel natuurlijke,  bijna sacrale wijze wordt het offer uitgevoerd. Het bloed van het schaapje loopt in de Gambia rivier. Het gehele ritueel wordt uitgevoerd, zoals de Marabout heeft voorgeschreven. De voorpoot gaat naar de Imam, de rest van de bout zal ‘s avonds aan genodigden worden opgediend.

Bij mijn ontbijt krijg ik een omeletje.  De ontbijtjes zijn prima, zeker ook als je het prachtige uitzicht op de rivier tot het ontbijtritueel meerekent.

Na het ontbijt rijden we naar het oude Portugese fort. Het fort ligt er verlaten en vervallen bij. Nu heb ik gewoon iets met verlaten gebouwen, bunkers, bruggen en dorpen. Dus mijn hart gaat harder kloppen als ik weer zo’n mooi gebouw kan fotograferen.

We rijden verder op weg naar de rijstdorsmachine. Onderweg zien we een herder met koeien. Hij wil niet op de foto. Een bezoek aan de zeepfabriek gaat niet door. De fabriek zit hermetisch op slot en er worden dus vandaag geen zeepjes gemaakt.
Ik ben benieuwd naar de dorsmachine. Barbara heeft via de foundation een soort microkrediet aan de community van vrouwen verstrekt. Hiervan heeft men de dorsmachine kunnen kopen. Van iedere tien bekertjes rijst gaat één bekertje naar de exploitatie en aflossing van de machine. En inderdaad ……bij de dorsmachine ligt een beker om de rijst af te meten.

 

We rijden door naar de tuinen van de community. Vrouwen planten daar groenten aan. Barbara heeft een zaadprogramma opgezet. Ze zorgt voor een goede kwaliteit zaad of zaaigoed. De vrouwen kunnen deze voor een gunstige prijs bij haar kopen. Door de kwaliteitsverbetering wordt de opbrengst hoger. De vrouwen gebruiken de opbrengst van de tuin deels voor eigen gebruik en deels  ter financiering van de schoolgaande kinderen.

Op de terugweg stoppen we bij een Arabische school.  Het hoofd van de school laat ons de klaslokalen zien. Ik kan in de lesboekjes kijken. Op de grote vlakte voor de school is een waterpomp aangelegd. Aan de zijkant van de vlakte liggen de  “schooltuintjes” met groenten.Met een zielig gezicht en verlaagde stem deelt hij mede dat er maar twee toiletten voor de gehele school zijn. Gelukkig ben ik niet de enige, die dit wat minder urgent vind.
Natuurlijk willen weer alle kinderen op de foto. Joelend verdringen ze zich voor mijn camera. Na veel handjes schudden zetten we onze reis voort.

Als we in Kairohgarden aankomen is het tijd voor de lunch. Na de lunch besluit ik even aan de rivier te chillen en op mijn kamer even een siësta de houden. Inmiddels zit de tuin vol met gieren. Tja er is geslacht …..

Om half vijf heb ik met Batou afgesproken samen naar de Wassu Steencirkels te lopen. Batou is nog bezig de rekening voor een  paar heel lastige gasten op te maken. Ze hebben geen geld, willen in Kuntaur pinnen….etc etc. Natuurlijk is er in Kuntaur geen bank, bankautomaat of iets dergelijks.
Uiteindelijk betaald één van de gasten de rekening met Euro’s en is het probleem weer opgelost.

Batou en ik lopen langs de inmiddels gesloten rijstfabriek naar de haven. Op het verlaten terrein staat een oude Mercedes vrachtwagen weg te roesten.

In de haven liggen drie wat grotere schepen. Eén schip is geheel volgeladen met pinda’s, een van de meest belangrijke export producten van Gambia. Naast Pinda’s wordt ook vis geëxporteerd. De export is beperkt . De import is gigantisch.  Allerlei producten uit Senegal, maar vooral ook Europa worden geïmporteerd.  Op de markt liggen de zakken uien en aardappelen uit de Beemster. De eieren komen zelfs vanuit Nederland in grote kartonnen dozen naar Gambia. Er is sprake van een  negatieve handelsbalans. Daarnaast heeft Gambia een behoorlijke staatsschuld. Het geld dat binnenkomt via de export of toerisme vloeit weer veel te snel weg naar het buitenland (import). Het zou goed zijn als het geld langer in Gambia zou kunnen rollen.

We lopen langs een oud vervallen koloniaal gebouw. De deuren hangen scheef in de kozijnen.  De verf bladert af. Vergane glorie.

 

 

 

Door de rijstvelden komen we bij de steencirkels. Op een heuvel staat een grote GSM zendmast. Een technische verworvenheid waarvan de Gambianen gretig gebruik maken. GSM telefonie is al heel gewoon in Gambia.  Nieuwere technieken worden voorzichtig geïntroduceerd. Men start met de uitrol van G3 telefonie voor internet op smartphones.

Achter de GSM mast ligt het terrein met de duizend jaar oude steencirkels van Wassu.  De beheerder van het terrein loopt over het verlaten terrein. We zijn de enige bezoeker. We worden eerst naar het museum verwezen. Hierin staan wat foto’s. Ik probeer de datering van de stenen te achterhalen. We houden het voor het gemak maar even op het jaar 800. Het is rond vijf uur en de zon staat al aardig laag. De stenen worden in een zacht gele avondgloed verlicht. Na wat rond wandelen tussen de door de Unesco beschermde momenten, besluiten we nog even iets in het dorp van Batou’s familie af te geven en lopen vervolgens over de hoofdweg door Wassu. We kopen een fanta en cola en al drinkend lopen we terug naar kairohgarden. Als de blikjes leeg zijn vraag ik Batou waar ik de lege blikjes zal laten. Batou geeft aan dat er dadelijk een gelegenheid komt de blikjes weg te werken. En jawel, net buiten het dorp gooit iedereen plastics, blik en vuil langs de kant van de weg. Dit zal nooit meer worden opgehaald. (zucht….)

Als we na een half uur lopen weer in Kuntaur zijn bezoeken we het ziekenhuis. Jawel er staat een als ambulance omgebouwde landrover, met Nederlands opschrift. Even op de gevoelige plaat vastleggen.

De zon is nu echt aan het ondergaan. Het is een onbeschrijfelijk mooie zonsondergang. Ik neem diverse foto’s bij de rivier.

Na deze wandeltocht van een uur neem ik een verkwikkende koude douche. Dat is wel nodig met al die stoffige wegen. Ik heb het idee dat ik in Nederland weken in bad moet liggen om het stof uit de poriën te laten verdwijnen. ‘S avonds is het dorp uitgenodigd mee te eten van het geslachte schaap.
Er wordt gebeden en iedereen geniet van de maaltijd. De avond laat ik niet te laat eindigen. Morgen hebben we weer een lange reis naar Tanji voor de boeg.

Donderdag 12 januari 2012 Kuntau-Tanji

Het is zeven uur in de ochtend. Vandaag vertrek ik weer naar Tanji. Mijn koffer heb ik opnieuw ingepakt. Het is een beetje een zootje. Ik heb namelijk de hele week uit de koffer geleefd en dan ligt alles schots en scheef door elkaar. Welke kleren zijn nog schoon en welke kleren stuur ik richting quarantaine ? Het afscheid van Kuntaur valt me zwaar. Het is hier echt erg aangenaam en om mijn afscheid nog wat lastiger te maken geniet ik nog even van het mooie uitzicht op de rivier. Barbara zit in het ochtend zonnetje voor haar huisje.Na het ontbijt evalueren we mijn verblijf in Kuntaur. Wat zou een toerist anders willen en wat is prima. De staf is zeer geïnteresseerd.Rond tienen vertrekken we langs de noordelijke route naar de pont van Barra. Onderweg geniet ik van de prachtige savannen. We stoppen bij een baobab-bos.De baobab of apenbroodboom boom is één van de weinige bomen in de tropen die zijn bladeren verliest. Omdat het hele jaar door de temperatuur rond de evenaar niet onder 20 graden komt behouden de meeste bomen het hele jaar hun bladeren. De baobab is daar een uitzondering op. 9 Maanden per jaar is hij kaal, de overige drie maanden heeft hij een overvloedig gebladerte. Hij wordt gekenmerkt door een erg dikke stam waar boven relatief dunne takken zich uiteen spreiden. De stam is veel dikker dan die van de meeste bomen. Oudere exemplaren zien er groot, majesteitelijk en imposant uit. David Livingstone, de beroemde ontdekkingsreiziger uit de 19e eeuw beschreef in Afrika de boom als een gigantische omgekeerde wortel. De Baobab boom kan meer dan 1000 jaar worden. Exemplaren van deze hoge leeftijd zijn erg groot en indrukwekkend. Sommige wetenschappers zeggen dat de boom wel 2000 tot 5000 jaar oud kan worden. In Zuid-Afrika zou een baobab van 3000 jaar oud bestaan. De maximale ouderdom van deze boom wordt betwist. Feit is dat een grote Baobab boom moeilijk te doden is. Ook kunnen ze goed een brand doorstaan. Als er een restant van zijn wortels blijft staan, groeit er weer een nieuwe stam uit.In het bos neem ik diverse foto’s en natuurlijk wil ik een vrucht van de baobabboom aan mijn verzameling tropische vruchten toevoegen. Amadou heeft verschillende vruchten bijeen gezocht. Ik neem een mooi exemplaar en smokkel die in mijn koffer wel Nederland binnen. Na een eind rijden komen we bij een zoutvlakte. Amadou loopt met me de vlakte op. Het is geen dikke laag zout, maar ik kan me voorstellen dat men toch een en ander bij elkaar veegt om te verkopen. Voor het felle licht heb je een zonnebril nodig. Als we verder rijden zien we aan de kant van de weg een verongelukt bestelbusje. Hulp wordt verleend door de lokale bevolking. Slachtoffers zie ik niet, maar later op het veer merk ik dat in het bestelbusje voor ons een man krimpt van de rugpijn. Hij is door passanten meegenomen om in Banjul in het ziekenhuis te worden afgeleverd. Een minder plezant reisje van enkele uren.Bij de pont van Barra aangekomen moet Amadou aan de zijkant van de weg parkeren. Er staat een aardige rij met auto’s te wachten voordat ze de pont op kunnen. Er bestaat wat onduidelijkheid over de herkomst van de pont. Het lijkt een Nederlandse pont te zijn en moet op één van de Nederlandse rivieren hebben gevaren. Aan boord zijn echter geen overblijfselen van onze Nederlandse Scheepshistorie. Het is aardig druk op de pont. Ik stap uit en ga op het bovendek kijken naar de afvaart. De overtocht van Barra naar Banjul neemt zo’n kleine dertig minuten in beslag. De rivier is hier best breed. Ik schat de afstand op vier kilometer. Er zijn aan boord nu ook weer toeristen. Als ik bij de auto kom vertelt een Gambiaanse vrouw over haar noodlottige ontmoeting met een slang. Ze is in haar knie gebeten en kan die nauwelijks bewegen. Ze heeft er weken mee in het ziekenhuis gelegen. Haar knie is nog aardig opgezet. Ze wil me wel trouwen of anders wil ze haar knie wel met me ruilen. We dollen wat en Amadou kijkt lachend toe.

We nadere Banjul. Een studentje maakt met zijn telefoon een foto van een aantal vogels op de scheepstouwen. Heel goed gezien, een mooi plaatje. Als we de boot af willen rijden,rijdt het voor ons staande bestelbusje tegen ons aan. Het busje heeft duidelijk geen remmen. Onze richtingaanwijzer heeft het begeven. Ook weer jammer voor de gewonde man ik het busje. Een politieagent komt aangesneld. Hij doet niet veel. Ja er is schade, maar ze hebben geen geld. De schade wordt afgedaan met 100 dalasi (kleine 3 euro) en we zetten onze reis voort.Rond vier uur zijn we in Kairohgarden. De lunch is klaar gemaakt, alleen heeft men niet op Amadou gerekend. Sneu ….

Voor het eten maak ik nog wat foto’s van het lekkende watervat. Dit is een trekpleister voor vogels.Bij het avondeten bespreken we de planning voor de volgende dag. Op vrijdag zullen mijn studentjes komen. In de ochtend zal ik de foto’s bewerken en aan Barbara en Kawsu laten zien. Ik besluit de avond chillend op het terras.

Vrijdag 13 januari 2012 Tanji

Vandaag komen de studenten. Ik zal twee lessen over basis computertechniek en draadloze communicatie verzorgen. Hiervoor heb ik twintig boekjes laten drukken, zodat ze nog iets na kunnen lezen. Na het ontbijt is het tijd om de gemaakte foto’s te bewerken en aan Barbara en Kawsu te tonen. Op de veranda is hiervoor elektriciteit getoverd. Men schakelt hiervoor accu’s, die door de zonnecellen worden opgeladen. Barbara en Kawsu zijn over het ruwe materiaal tevreden. Vervolgens krijgen de computers van Kawsu en Barbara een opschoonbeurtje.

Na de lunch is het tijd voor chillen. De conferentieruimte is al ingericht, de stoeltjes zijn geplaatst en het schoolbord is helemaal schoongemaakt. Om vier uur zullen de studentjes komen. Ik heb dus voldoende tijd om met een boekje in de hangmat plaats te nemen.

Rond vier uur ga ik kijken of de studenten al zijn aangekomen. De meesten zitten nog vast in het verkeer. Nee… er zijn geen files in west Afrika, maar meestal zijn kapotte auto’s debet aan vertragingen. Om zes uur GMT (Gambia Maybe Time) kan ik de les beginnen. Heel tam en braaf zitten de studenten in de leeftijd van 14 tot 20 jaar op de stoeltjes naar me te luisteren. Na mijn voorstel rondje met foto’s van Nederland, mijn huis, mijn vrouw en de katten is het tijd voor de studenten om zich voor te stellen. Veertien niet te onthouden namen passeren de revue. Niemand heeft een PC, slechts twee studenten hebben een keer met een PC gewerkt. Na veel uitleggen (wat is internet, wat zijn sociale media etc. ) sluit ik mijn les af met een video over sociale media. Ik knak als ik zie hoe groot de informatieachterstand is waarmee deze jongeren te kampen hebben. Ze hebben niet alleen te maken met een achterstand in de basis infrastructuur, maar ook de infrastructuur voor  informatieverwerving wordt hun ontzegd. Zorgelijk.!Barbara geeft me een lekker biertje om even de zorgen te vergeten.

”s avonds gebruiken we samen een Afrikaanse maaltijd. We zitten met elkaar op de grond en de schalen met rijst, groenten en kip worden in de groepjes geplaatst. We praten met elkaar nog even na. Voor het slapen gaan drink ik nog een koffie op het terras en duik daarna mijn bed in om in de ochtend weer fris te zijn voor een nieuwe lesdag.

Zaterdag 14 januari 2012 Tanji

Tijdens het ontbijt realiseer ik mij dat ik voor Barbara nog één van de kamers moet fotograferen. Natuurlijk heb ik alle zorgzame stafleden van Kairohgarden  op de foto gezet. De studenten komen naar het ontbijt en schudden mijn hand. Een leuk Gambiaans gebaar. Het wordt me steeds duidelijker dat mijn fotoboek de titel “Afrika is om niet te vergeten” moet gaan voeren.

Vanochtend geef ik de studenten les in telecommunicatie. Vooral de les over satellietcommunicatie vinden ze heel leuk. Ze stellen vragen over de omloopsnelheden van onze planeet,de maan en de zon. Ze vinden het leuk. Na de les ga ik tot de lunch nog even een siësta houden. Na bijna te zijn ingedut hoor ik heel zacht voor mijn kamer “hans….. hans”

Het zijn de studenten die met de bush taxi naar huis gaan, maar voordat ze vertrekken willen ze nog even afscheid van me nemen. Aandoenlijk.

Na de lunch gaan we inkopen doen voor de grote groep jongeren van de YEP die de komende dagen op cursus komen in Kairohgarden. Barbara heeft een heel waslijst met spulletjes die we moeten inkopen. In Serrekunda gaan we eerst naar de groothandel. Een groot deel van de lijst wordt weggewerkt. Het verbaast me om te zien , dat zoveel artikelen uit Nederland of Europa komen.

De winkelier laat zich gewillig op de foto vastleggen. Nadat we alle spulletjes in de landrover hebben gepakt gaan we de markt op. We kopen groenten, waarvan het merendeel uit Senegal afkomstig is. Vol bepakt en bezakt lopen we naar de auto. We hebben geen koelies nodig, die met hun kruiwagen de spulletjes voor ons vervoeren. In de stad moeten we bij de plaatselijke ijzerhandel nog een gloeilamp DC kopen. Even verderop worden de laatste inkoopjes gedaan bij een soort Albert Heijn. Het lijkt er verdacht veel op. Zelfs het ons zo bekende Euroshopper merk staat hier in de winkel. Alleen in deze winkel is de personele staf iets uitgebreider. Jongens die de deur voor je open doen; jongens die de inkoopjes in plastics zakken verpakken en last but not least een hulpje voor het uitparkeren van je auto.

Als we thuiskomen is het tijd om in de hangmat te gaan chillen. Ik merk dat het Afrikaanse stof diep in de huid is binnengedrongen. Een koele douche brengt uitkomst.

‘s Avonds na het eten komt uit het donker opeens Andreas opduiken. Andreas is een wereldreiziger, die ik ook al in Kuntaur had ontmoet. Het weerzien is hartelijk. Andreas heeft inmiddels bijna alle landen van onze planeet bezocht. Hij moet er nog 39 bezoeken. Hij is nu op weg van Marokko, Mauritanië, Senegal, Gambia, Guinee Bissau, naar Sierra Leone en Liberia. We zitten tot laat in de avond naar zijn verhalen te luisteren. De problemen van Afrika worden uitgebreid besproken. Aan het einde van de avond wordt Andreas met de auto maar zijn lodge gebracht.

Als ik in het donker naar mijn kamer loop hoor ik in het dorp een echte Gambiaanse Disco. Deze is waarschijnlijk voor een bruiloft  georganiseerd. Heel ongebruikelijk in dit oh zo stille paradijsje.

Zondag 15 januari 2012

Het is vandaag mijn laatste dag in Gambia. Een dag om te relaxen, te fotograferen en natuurlijk om de tas te pakken. Aan de ontbijttafel zit ik mijn dagboekje te schrijven. Ik denk nog na over de gesprekken met Andreas: De corrupte regeringen;de vele stammen en hun verdeeldheid; de matige arbeidslust; de onderlaag van de bevolking die weinig invloed heeft; de vele Afrikaanse oorlogen en de slechte infra.

Na het ontbijt krijg ik van de kok een ketting met schelp als herinnering. Ze zullen me missen……Ik besluit om een foto-rondje door het dorp te maken. In Tanji kun je de meest fantastische foto’s maken. Het is alleen lastig om een beetje door te lopen. Iedereen spreekt je aan en wil weten waar je vandaan komt en wat je gaat doen. Voor mijn route waarvoor ik waarschijnlijk een halfuurtje nodig heb, doe ik nu ruim drie kwartier. Kinderen lopen achter me aan en vragen om minties. Ik geniet van het dorpse leven…… Van rechts komt een kar met twee zeer vette stieren.Ik het dorp zijn de reclames een lust voor het oog. Men schildert namelijk de reclames op de muren. Bij een naaiatelier raak ik aan de praat. Het is een pracht gezicht twee vrolijke gezichten aan het werk.

Even verder op in de straat zit een Radio/TV zaak. Ook dat is iets anders als de Media Markt.

In de middag ga ik lekker chillen. De hangmat is mijn favoriete plek. In de avond bezoek ik na een wandeling van een half uur het strand. Het is er wel druk, maar er zijn  nog geen vissersboten te zien. In de visrokerijen wordt hard gewerkt. De rook is bijtend en de temperatuur ligt rond de veertig graden. Het is niet te geloven dat men het hier kan uithouden. Op de terugweg zijn er natuurlijk weer al die kinderen die op de foto moeten. Als een rattenvanger van Hamelen loop ik door het dorp. Ik besluit er maar een spelletje van te maken. Als ik foto’s van ze maak,  dan moeten zij rechts af en kan ik mijn weg vervolgen. Het merendeel van de kinderen komt de afspraak na en na een vijftal minuten kan ik weer van een rustige wandeling genieten.Morgen is het alweer mijn laatste dag in Gambia. Vanavond zal ik alles mijn de tas pakken en dan nog even chillen en met de YEP jongeren kletsen. Een drietal jongens is behoorlijk ingewerkt op het ICT vlak en weten veel over IP/DNS etc. Ze kennen onze ICT toverspreuken. Na het avondeten heb ik met Barbara nog een mogelijk weekprogramma voor een bezoeker doorgesproken. Om tien uur probeer ik te slapen, het is moeilijk om mijn slaap te vatten.

Maandag, 16 januari 2012 Gambia- Nederland

Vandaag ga ik terug naar Nederland, maar voordat het zover is zit ik nog even te genieten op de veranda. Ik geniet van het gekwetter van de vele vogels, de opkomende zon over de mangobomen, het roepen van de duiven en het in de verte kraaien van een haan. Fanta fiets over het stoffige erf. Barbara komt aangelopen met een aantal computers met problemen.

Om tien uur vertrek ik met Amadou naar de luchthaven. Tot mijn grote verrassing staat Kawsu op de luchthaven. Vanuit Senegal is hij apart naar de luchthaven gekomen om afscheid te nemen. Dat zijn echt onvergetelijke momenten.Het inchecken verloop heel snel. Binnen no Time ben ik door de douane en grens controle. Banjul is geen drukke luchthaven en heeft slechts één vertrekhal. Buiten is een terras waar je onder een parasol nog een consumptie kunt gebruiken. Op het terras ploffen de veel te bruin gebrande toeristen uit de Senegambia area neer. Een tafel verder zitten toeristen met ontblote bovenlijven achter het bier. Hoe verschillend toeristen een land als Gambia kunnen bezoeken. Ik ben blij het land op de Kairohgarden wijze te hebben bezocht. Het directe contact met de Gambianen, het met elkaar optrekken, het van elkaar leren en het elkaar waarderen. Onvergetelijk.Om klokslag twee uur vertrekt Arkefly OR446 van Banjul. Hij is zo precies op tijd dat dit bijna niet meer Gambiaans is.

We vliegen boven Spanje. Nog een kleine twee en een half uur en ik ben weer in Nederland. Met een cola werk ik de malariatabletten weg.

Op schiphol moet ik nog enige tijd wachten op mijn bagage. Ik zie mijn Irma al voor het raam zwaaien. Ze heeft een extra jas voor me meegenomen. Ik moet zo een temperatuursverschil van 35 graden overbruggen.  De nederlandse douane heeft geen interesse in mij en vlot kan ik mijn Irma weer in de armen sluiten.

Share and Enjoy:
  • Print
  • PDF
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • email

Reacties zijn gesloten.